Dr. Mikao Usui

Hij besloot op zoek te gaan naar “genezing door handoplegging”

Dr Mikao Usui werd geboren op 15 Augustus 1865 in Yago, een klein stadje in het Yamagata district in Japan. Na zijn studietijd werd hij directeur van een kleine christelijke universiteit in Kyoto. Naast directeur was hij praktiserend predikant en in die hoedanigheid werd hij op een dag geconfronteerd met dusdanige vragen van studenten dat hij besloot op zoek te gaan naar “genezing door handoplegging”.

Hij ging naar Chicago en kreeg daar een eredoctoraat voor zijn onderzoek naar het geheim hoe Jesus Christus zieken genas. Hij vond geen antwoord op zijn vraag.

Hij herinnerde zich dat er in de Boeddhistische traditie vanuit gegaan werd dat Boeddha geneeskracht bezat, en besloot terug te gaan naar Japan. Hij bezocht daar diverse boeddhistische kloosters. Hij vroeg naar “lichamelijke genezing” Hij bestudeerde de Sutra’s, oude boeddhistische geschriften en praatte met de monniken, maar het antwoord was steeds hetzelfde. ”Voor ons is het de geest die genezen moet worden, daar zijn we mee bezig. Het lichaam is van ondergeschikt belang, van een lagere orde”.

Dr Usui ging Chinees studeren om een groter aantal Sutra’s te kunnen lezen, maar ook dat leverde niets op. Tenslotte leerde hij Sanskriet, de taal waarin de orginele teksten geschreven waren en na zeven jaar vond hij wat hij zocht. De formule met symbolen en beschrijving hoe Boeddha kon genezen. Maar prompt diende zich het volgende probleem aan. Iets lezen is iets heel anders dan het uitvoeren.

Op aanraden van de abt van het klooster ging dr Usui de bergen in om daar te mediteren. Hij ging zitten en legde 21 steentjes voor zich neer, waarvan hij er elke dag eentje weggooide. Al die tijd at en dronk hij niet, maar er gebeurde niets en hij voelde zich steeds zwakker worden. Op de 21e dag kwam er plotseling een lichtstraal vanuit de hemel die hem raakte en ondersteboven gooide. Hij raakte in trance en in die trance zag hij de symbolen die hij in de Sutra’s ontdekt had.

Toen hij bijkwam voelde hij zich als herboren en volkomen fit. Geen zwakte, stijfheid of honger voelde hij meer en hij ging naar beneden, de berg af. Onderweg struikelde hij en bezeerde zijn voet. Onwillekeurig legde hij zijn hand op zijn voet en na een paar minuten was de pijn verdwenen en de voet, in principe, weer genezen.

In het dal aangekomen bestelde hij in een klein eethuisje een ontbijt. De eigenaar van het eethuisje kon zien dat dr Usui lang gevast had en stelde een speciale, licht verteerbare maaltijd voor, maar dr Usui wenste een normaal ontbijt, waar hij achteraf ook geen problemen mee kreeg.

De dochter van de waard stond nog bij hem en bleek al enige dagen last te hebben van kiespijn. Dr Usui legde zijn handen op haar wangen en na een paar minuten was de klacht over.

Toen hij in het klooster terugkwam bleek de abt ernstig ziek te zijn, zelfs op sterven te liggen en dr Usui genas hem volledig door zijn handen op de buik van de abt te leggen.

Teruggekeerd in Kyoto werkte hij de eerstvolgende zeven jaar met de armen uit de sloppenwijken, maar de mensen die hij hielp vielen allemaal terug in hun oude gewoontes. In plaats van een nieuwe levensstijl aan te nemen bleven ze liever in hun achterbuurt. Ze waren niet van binnenuit “genezen”

Dr Usui realiseerde zich dat hij steeds aandacht aan de symptomen had gegeven, maar de mensen niet duidelijk had gemaakt dat ze waardering voor het leven en hun lichaam moesten hebben. Hij verliet de krottenwijk en ging lesgeven aan de mensen die op een nieuwe manier wilden leven. Ze leerden zichzelf te genezen en kregen de Reiki beginselen van hem door.

Toen dr Usui’s tijd was gekomen werd hij opgevolgd door dr Chujiro Hayashi, die op zijn beurt weer opgevolgd werd door mevr Hawayo Takata. Zij droeg eind jaren ’70 het leiderschap over aan haar kleindochter Phyllis Lei Furumoto.